We gaan op pad naar een vrouw die al heeeel lang in ons mooie dorp woont, Tiny Zandbergen. Wie kent haar niet?
Toen ik Tiny had gezegd dat Dick Franssen de pen aan haar wilde doorgeven zei ze: “Ik heb niet zoveel te vertellen”, dat leek me sterk als je al 62 jaar in Kalenberg woont dus maken we een afspraak…
Er volgt een hartelijk ontvangst door deze vitale dame van 83 jaar.
Nee, geen ge-mevrouw, dat kennen we hier niet, gewoon Tiny. Ze had er inmiddels over nagedacht en had vele herinneringen naar boven gehaald. In een rap tempo begint ze te vertellen. Mijn pen en papier had ik nog niet in de aanslag. Dat wordt aanpoten dacht ik; daarna alleen maar geluisterd en onderstaande verhalen opgeschreven.
Tiny is geboren in Nijetrijne en heeft daar tot haar vierde jaar gewoond. Hiernaast een foto van haar geboortehuis….

Daarna is de familie verhuisd naar Munnekeburen, zij is daar opgegroeid en gebleven totdat ze een lieve man uit Kalenberger ontmoette. Dat werd een serieuze relatie en volgde er een trouwerij. In 1955 zijn ze als jong stel naar Kalenberg verhuisd.Toen was de middenbuurt nog kragge!
Het was een beetje behelpen in hun huurhuisje aan het Molenpad (huisje achter KGH). Er was geen water en geen elektriciteit. Gelukkig woonde haar schoonzus in de Middenbuurt; daar werd water gehaald, elke dag een melkbus vol. In de winter werd er zelfs een emmer water in de kamer gezet omdat het anders zou bevriezen. Er was een kolenkachel in de kamer en dat was geen luxe! Het koken deed Tiny op butagas. In 1956 staken zij de handen uit de mouwen en gingen zelf sleuven graven, eerst werd de waterleiding aangesloten en later in 1958 de elektriciteit. Dat was een hele verbetering. De brandstof in het dorp bestond voornamelijk uit kolen en olie.In 1967 kwam er gas in het dorp.
Aan het Molenpad werden twee kinderen geboren Marja en Eric.
Het bijzondere was dat in 1987 hun zoon Eric zelf in het huisje ging wonen en zijn eerste zoon Frank daar ook geboren is.
De weg naar Kalenberg werd in 1959 aangelegd, voordien was er enkel het fietspad naar de Hoogeweg en een fietspad aan de overkant van de Kalenbergergracht.
Tiny ging dan ook op de fiets naar Ossenzijl, Wetering en Oldemarkt. Maar eenmaal ging het per auto….
Zij weet nog goed dat zij van de familie Groenewoud de Goggo mobiel mochten lenen. De heer A. Groenewoud had de bruggetjes van het fietspad naar de Hooge weg verbreed zodat zijn Goggo mobiel erdoor kon, dat kwam hem op een waarschuwing te staan en hij moest alle bruggetjes weer versmallen. “Jammer hoor” zegt Tiny, want voor de dokter en andere hulp was het een uitkomst.
Maar de familie Zandbergen ging dus met die Goggo mobiel een week op vakantie naar Munnekeburen. Germ Ruiter was de chauffeur want hij had een rijbewijs! Alle spullen voor de kinderen in de auto en de bak van de kinderwagen erbovenop. Dat was nog eens luxe!
(foto Historische Vereniging IJsselham)
Met veel plezier hebben zij aan het Molenpad gewoond. Vooral in de zomer was er vaak sociaal contact met andere dorpsbewoners. Men verzamelde zich voor het dorpshuis, de mannen lagen in het gras met elkaar te praten onder het ‘genot’ van een sigaret en de vrouwen namen hun breiwerkje mee en stonden in hun eigen kringetje elkaar bij te praten. Vaak over het wel en wee van het dorp en haar bewoners. Dat duurde dan meestal een uurtje en als alles was doorgenomen ging ieder weer zijn eigen weg. Ook de (draai)brug was zo een ontmoetingsplek. Terwijl de kinderen zwommen in de gracht hadden de ouders contact met elkaar.
Tiny heeft hier mooie herinneringen aan.Ook herinnert zij zich nog de prachtige winters, volop schaatsplezier in het dorp. Veel familieleden van dorpsbewoners kwamen hier om te schaatsen, het was altijd gezellig aan de vaart. De beschoeiingen lagen vol met tasjes en klompen; een bont tafereel.
Er waren in de 60e jaren ook schaatswedstrijden ‘korte baan’, die werden gehouden op de Twaalf Dachten en later langs de Hoogeweg. En dan niet te vergeten de Noord West Hoek ritten, een schaatstocht van maar liefst 80 km door het gehele gebied. Dat waren nog eens winters! Het was hier in Kalenberg dan een drukte van belang. Tiny verkocht zelf warme chocomelk uit de melkbus en de niet te versmaden eigen gemaakte snert. “wat was dat toch een gezellige tijd” zegt Tiny.
Dan begint Tiny op te sommen wat er allemaal verdwenen is aan ‘middenstand’ in het dorp:
De kolenboer, dat was Germ Ruiter die woonde op Noord 40;
De fietsenmaker, Lutte Schoemaker, ook op Noord 17. Er was nog een fietsenmaker in de Middenbuurt,Berkenlaan 13.
Ook was er een heuse schoenlapper en barbier in het dorp, dat was Frans Pet hij had zijn ‘zaak’ aan het Kalenbergerpad 10.
Er waren, nu onvoorstelbaar, veel kleine ‘kruidenierwinkeltjes’:
De ‘Vivo’ een kruidenierswinkel Kalenbergerpad 7 (het huidig Rietershuys); Evert Pen aan Kalenbergerpad 4; Klaas Lok op Zuid 56; Hilke Zandbergen op 30; Margie Albers op Zuid 28; Gees Lenstra op Noord 23 en dan nog de bakker Bert Lok op Zuid 38, een hele lijst!
(foto Historische Vereniging IJsselham)
Albert Vaartjes ‘de Hema’ op Zuid 52.
Als het bij Albert niet op voorraad was zei hij altijd:
“het wordt niet meer gemaakt”.
Haar arbeidsleven van Tiny bestond voornamelijk uit het verrichtten van huishoudelijk werk. Ze heeft vele werkhuizen gehad o.a. een werkhuis aan de Hoogeweg en daarna 28 jaar bij de Zeilschool in Wetering-Oost, daar heeft ze met heel veel plezier gewerkt vertelt ze.
In 1964 verhuisde Tiny en haar man Roelof naar het Kalenbergerpad 3. Daar werd hun zoon Eelco geboren. Tiny woont er nog steeds met veel plezier. Nog geheel zelfstandig, zij wil daar (zolang ze nog mobiel is) niet graag weg.
Niet alles ging over rozen zo is haar man in 1988 overleden, ook verloor ze haar dochter na een ziektebed in 2002, dat waren moeilijke tijden voor haar. Toch blijft ze positief ingesteld.
Met de collectebus heeft ze heel wat kilometers afgelegd. Ze heeft gecollecteerd voor Diabetici en voor de muziekvereniging, daar is ze 3 jaar geleden mee gestopt. Het werd te zwaar. Veelal zijn mensen niet thuis. Tiny wilde zoveel mogelijk geld ophalen en ging soms drie keer terug om de mensen thuis te treffen.
Hoe is het dan nu met de sociale contacten en gezelligheid in het dorp was mijn vraag. Tiny zegt weinig gevoel te hebben voor het verenigingsleven, het schept verplichtingen van aanwezigheid en dat vindt ze niet prettig.
Toch is ze bij verschillende activiteiten aanwezig; de ouderenbijeenkomst met kerst en met het dorpsfeest vindt ze gezellig. Ook gaat ze naar de toneel- en muziekuitvoeringen in het dorp. Daarnaast gaat ze met een aantal dames uit Kalenberg naar de koffieochtenden voor ouderen in Oldemarkt.
Nee een eenzame dame is ze beslist niet, ze krijgt voldoende aanloop want haar deur staat voor iedereen open. Haar tijd vult ze o.a. In met breien en veel puzzelen, het liefst doorlopende cryptogrammen. Haar zoon komt nog drie keer per week bij haar eten, dat is leuker dan alleen aan tafel. Ze kookt nog steeds elke dag.
Op mijn vraag om iets te vertellen hoe ze het dorpsleven nu beleeft heeft ze haar verhaal wel klaar.
Ze fiets nog graag maar durft vaak het pad niet meer op. Die angst heeft zij niet alleen, het zijn er meer die zo onzeker zijn omdat het pad smal en slecht is. Dat beperkt de mensen om naar Zuid en/of Noord te fietsen.
Zij roept iedereen op om aandacht te vragen voor dit probleem.
Ook de toeristen hebben hier last van. Er gebeuren ongelukken en iedereen kijkt toe. Ze hoopt dat dit wordt opgepakt door iemand en wordt verbeterd.
Dan is het ouder worden in Kalenberg niet altijd gemakkelijk. De gebreken komen natuurlijk met de jaren. Het lopen gaat moeilijker, geldt ook voor haar. Fietsen kan ze nog goed. Ziek is ze nog nooit geweest en ze hoopt dan ook nog lang in deze gezondheid in Kalenberg, zelfstandig te kunnen blijven wonen. Naar een tehuis moet ze (nog niet) niet aan denken. Er zijn van haar generatie al veel mensen overleden of vertrokken uit Kalenberg naar een verzorgingshuis.
Verder vindt ze dat de huizen beter worden onderhouden. Er komen gelukkig meer jonge mensen in het dorp wonen, al is het jammer dat de scholen zijn verdwenen maar ook wel logisch gezien het kleine aantal kinderen.
Het dorpsleven vindt ze ook beter geworden. Er is tegenwoordig meer en goed contact met de meeste “nieuwe bewoners’, die ook vaak deelnemen aan de dorpsactiviteiten.
Dat vindt ze een goede ontwikkeling ten aanzien van de leefbaarheid in het dorp.
Tiny geeft de pen door aan Wicher van Beek
Het was een boeiend gesprek, Tiny bedankt!
De pen